'het is belangrijk om te kunnen lachen'
We spreken Olga van der Klooster, architectuurhistorica en kleuronderzoeker historische bouwkunst, online. Ze heeft geen plannen om te stoppen met werken, maar is wel selectiever geworden in het aannemen van werk.
Is 70 het nieuwe 50?
Het zijn anderen die mij eraan herinneren dat ik al op leeftijd ben. Dat vind ik niet altijd leuk. Of ik mij nu 50 voel of 70, dat ben ik inmiddels, ik weet niet hoe dat voelt. We zijn wel jonger dan de vorige generaties, maar ik vind leeftijd nogal een kunstmatig iets. Het wordt gebruikt om je in een hokje te stoppen. Daarom ben ik ook zo blij dat ik zelfstandig ondernemer ben. Ik kan mijn gang gaan. Ik stop wanneer ik dat wil en ga door wanneer ik dat wil en zolang het kan. Mijn levensmotto is: dat bepalen we allemaal zelf.
Ik heb altijd gezorgd dat het mogelijk is dat ik mijn eigen gang kan gaan. Ik leef sober. De kwaliteit van leven zit voor mij niet in bijvoorbeeld een grote auto. Ik begrijp dat een indeling voor sommige systemen nodig is. maar uiteindelijk zou je zonder leeftijd moeten leven. Je wordt geboren en je gaat een keer dood.
'Ik vind die hele leeftijdsindeling gekunsteld.'
Het vervelende is dat mensen ervan uitgaan dat ik met pensioen ben. Mijn eigen leeftijdsgenoten doen er nog meer aan mee dan de jongere generatie. Iemand zei tegen mij: 'Ik ben nu 72, ik doe een stapje opzij. Ik vind dat ik plaats moet maken voor de jongere generatie.' Daar doe ik niet aan mee. Je bent toch nog waardevol, je moet niet het gevoel hebben dat je de plek inneemt van een jonger iemand, het is gewoon jouw plek.
Laatst zag ik op tv een programma waarin een man van 82 fietste en nog van alles deed. Er werd steeds gezegd: 'Hij is al 82, moet je eens kijken wat hij nog allemaal kan!' Aan zo iets stoor ik mij enorm. De mensen die dat zeggen leven met een vooroordeel over ouderdom. Daarom willen wij, mijn partner Michel en ik, zo lang mogelijk thuis blijven wonen. We zijn bang dat als we in een verzorgingstehuis terechtkomen, de medewerkers een bepaald beeld hebben van hoe ouderdom zou moeten zijn en tegen je praten alsof je al ver heen bent. Een schrikbeeld is ook dat je naar de recreatiezaal moet en daar moet luisteren naar liedjes als 'o jodel jongen'.
Je bent selectiever geworden met werk aannemen. Wat doe je niet meer?
Er is in de loop der jaren een verschuiving opgetreden. Ik werk niet meer zo lang en zo vaak als tien jaar geleden. Ik neem niet altijd meer opdrachten aan. Vooral als het mij niet leuk lijkt. Het plichtsgevoel om altijd maar te werken, dat had ik heel sterk omdat eigenlijk iedereen hard werkte, is weggevallen. Als het leuk is neem ik het aan, is het niet leuk dan raak ik niet in paniek dat er geen inkomsten zijn. Ik heb natuurlijk al AOW. Ik ervaar dat nog steeds als een cadeautje.
Daarnaast sta ik voor kleurenonderzoek bijvoorbeeld niet meer op de steigers. Dat is niet omdat ik stijf ben geworden, ik ben nog hartstikke lenig al zeg ik het zelf, maar omdat ik mijzelf niet vertrouw. Ik sta op de steigers met een loepbril op en ben zo geconcentreerd aan het werk dat ik eigenlijk niet meer in de gaten heb dat ik op een steiger drie hoog sta.
Michel heeft ook een eigen bedrijf. We zitten elkaar niet in de weg want ik heb mijn kantoor in de achtertuin en Michel heeft zijn kantoor op de eerste verdieping in huis. Het zijn echt kantoorruimten.
Heb je een strikte scheiding tussen werk en vrije tijd?
Niet altijd. Dat vind ik helemaal niet vervelend, want als ik met een project bezig ben en ik zit er helemaal in, dan wil ik wel doorwerken. 's Avonds komt het voor dat ik een artikel wil afronden en dat doe ik dan ook. Ik ervaar dat niet als beroving van mijn vrije tijd. Misschien komt dat doordat schrijven voor mij niet als werken voelt.
Als mensen werk scheiden van vrije tijd, is het net alsof vrije tijd leuk moet zijn en werk niet leuk is. Alsof je niet van werk mag genieten. Ik probeer wel bijvoorbeeld de weekenden vrij te houden. Ik merk dat ook al ben ik lekker aan het schrijven en voelt het niet als werk, ik er toch moe van word.
'Ik geniet van mijn werk.'
Naarmate ik minder ben gaan werken, besteed ik meer tijd aan schilderen, foto's bewerken en kunstwerken maken. Mijn werk exposeer ik regelmatig. De kunstprojecten doe ik vaak samen met anderen van kunstenaarsvereniging KZOD in Haarlem, waardoor ik ook weer nieuwe mensen leer kennen. Daar komen hele leuke vriendschappen uit voort.
Wat zijn voor jou de leuke kanten van ouder worden?
Ik kan nog steeds plots emotioneel worden, driftig of boos. Maar dat heb ik nu beter in de hand. Dan denk ik: tel tot tien. Ik slaap er een nachtje over voordat ik bijvoorbeeld een reactie geef. Ik ben geduldiger en probeer meer begrip op te brengen voor mensen die anders denken of mensen die anders handelen. Ik kan mijzelf beter verplaatsen in een ander. Ik kwam vaak snel met mijn oordeel. Dat heb ik nog wel, alleen kan ik het nu meer relativeren.
Het is ook leuk om te merken dat ik kennis heb vergaard waar de jongere generatie wat aan heeft. Ik merk dat ze het prettig vinden als ik ze over iets kan adviseren. Ik heb bovendien beter in de gaten hoe de hazen lopen. Ik was zeg maar wat naïef. Nu soms nog wel, maar veel minder. Door schade en schande misschien. Als er nare dingen zijn gebeurd, ben ik niet rancuneus. Dat heeft met mijn karakter te maken, niet met ouderdom. Dit deel heb ik van mijn vader geërfd, mijn positieve levenshouding vooral van mijn moeder.
'Er staat nog een hoop te veranderen, dat is het interessante van deze tijd.'
Naarmate ik ouder werd schatte ik mijn ouders steeds meer op waarde. Ik begreep ze beter. Je hoort van mensen dat zodra ze kinderen krijgen, ze hun ouders beter snappen. Ik heb geen kinderen dus dat besef is bij mij wat later gekomen. Ik ben ook minder nerveus nu ik ouder ben. Spanning ken ik nog wel, maar ik heb meer vertrouwen in dat wat ik doe goed is.
Minder leuke kanten van het ouder worden zijn er ook. Vroeg of laat gaan je ouders achteruit. Ik was niet op het mantelzorgen voor mijn moeder voorbereid, althans niet op het mantelzorgen samen met mijn familie. Wij kinderen schoten weer in ons kind-rolpatroon, maar die paste ons niet meer. Mijn oudste broer probeerde weer de aanwijzer en de leider te zijn en ik weer dat handige en slimme zusje die de gesprekken wel zou doen met de zorginstellingen. Mijn zes jaar jongere broer, de benjamin in ons gezin, bekeek ons geredder op afstand. Hij koos gelijk al voor de meest praktische oplossing: naar het verzorgingshuis!. Dat konden mijn oudste broer en ik emotioneel niet aan. Persoonlijk voelde ik het als verraad. Als kind heeft mijn moeder in een kindertehuis gezeten en was sindsdien wars van tehuizen en instellingen.
Och en dat onoverzichtelijke woud aan zorginstellingen waarin we terecht kwamen; het maakte me wanhopig. Ik begreep niet waar al die afkortingen voor stonden en van welke diensten we gebruik konden maken: pgb, Wmo, Zvw, Wlz. Keihard vond ik het NEE van de thuiszorg toen ik telefonisch aan haar vroeg of ze de maaltijd voor mijn demente moeder in de magnetron wilde opwarmen en even kon kijken of het eten in de koelkast niet over de datum was. Daar was een andere instantie voor ... Het ergste heb ik het voor mijn moeder gevonden. Ze wilde tot op het laatst niet naar een verzorgingshuis. Mijn oudste broer en ik hebben dat zo lang mogelijk uitgesteld. Tenslotte besloot ook hij dat het maar moest. Hij woonde het dichtst bij haar en was daardoor het zwaarst belast.
Ben je tevreden over je leven tot nu toe?
Ja. Dat ben ik altijd geweest. Ik heb best enge en vervelende dingen meegemaakt, maar heb gelukkig geen aanleg om trauma's langdurig bij mij te houden. Ik heb echt het geluk dat ik wat dat betreft genetisch goed in elkaar gezet ben.
Heb je dromen voor de komende tijd, of dingen die je graag zou willen doen?
Jaren geleden heb ik een tijd in Rome gewoond en ik zou daar nog wel naar toe willen, maar dan zonder hordes toeristen. Wat dat betreft ben ik blij dat ik in een tijd jong ben geweest waarin je een stad of land kon bezoeken zonder over hoofden te hoeven lopen. Mijn droom is dus nog een keer naar Rome gaan op de oude manier. Verder heb ik niet zo veel dromen. Bij mij komt het leven zoals het komt.
Wat geeft je plezier in het leven?
Ik kan genieten van 's morgens heel vroeg de tuin ingaan. Het is er stil en ik heb dan het gevoel dat ik de enige ben die dat moment meemaakt. Dat maakt mijn hele dag eigenlijk al goed. Of het gefluit van vogeltjes, daar kan ik erg van genieten. Ik geniet sowieso heel snel van iets. Ik kan ook snel lachen, zie snel de humor van dingen in, bijvoorbeeld van dingen die op straat gebeuren. Michel heeft ook heel veel humor.
Kunnen jullie als jullie minder goed ter been zouden worden, thuis blijven wonen?
De badkamer is net verbouwd en we denken aan een traplift mocht de trap een probleem worden. Er zijn ook andere mogelijkheden. We kunnen de serre ombouwen tot slaapkamer. Op dat moment komt de ruimte op de verdieping vrij en daar zou iemand kunnen wonen die ons hulp verleent. In Nederland is dat een vrij onbekend fenomeen. Op Aruba, waar ik in mijn jeugd heb gewoond en waar we al jaren gedurende de wintermaanden werken, is dat wel gangbaar. Ze hebben vaak bijvoorbeeld een tuinhuisje waar een zorgverlener kan wonen. Op Aruba maken ze gebruik van de kennis van vluchtelingen uit Venezuela. Er zijn immers ook verpleegsters gevlucht. Zij hebben kennis en de Arubaan kan ze woonruimte leveren. Het gebeurt daar met gesloten beurzen. Zo'n soort formule zou in Nederland wellicht ook kunnen. Wij willen in ieder geval niet verhuizen.
Hoe blijf je fit en gezond?
Ik heb gelukkig nergens last van en voel mij niet oud. Soms voel ik ergens iets, ik heb natuurlijk de leeftijd dat je gaandeweg mankementen kan gaan vertonen, maar het is meestal zo weer over. Ik doe mijn best om gezond te blijven. Ik heb de nodige sociale contacten en beweeg veel. We hebben geen auto. Ik fiets altijd, ik wandel heel veel door de duinen en ik tuinier. Bewust zorg ik ervoor dat ik elke dag minimaal driekwartier tot een uur beweeg. Ik houd in de gaten wat ik eet en ik houd mijn gewicht in de gaten. Over het algemeen heb ik een optimistische kijk op het leven. Dat scheelt denk ik voor de gezondheid.
Je hoort van mensen die doordat ze gestopt zijn met werken, minder sociale contacten hebben. Dat is bij mij eerder omgekeerd. Ik heb en krijg juist meer sociale contacten. Zo ben ik lid geworden van een tuingroep waar ik nieuwe mensen ontmoet. We onderhouden met een stuk of vijf, zes vrijwilligers de groentetuin en de siertuin van een heel mooi tuinparadijsje. Loop je door het hek dan lijkt het net alsof je in een andere wereld komt.
Je hebt een vaste dagindeling. Heb je zo'n ritme nodig?
Ritme is inderdaad belangrijk voor mij. Het zit in mijn lijf en daardoor hoef ik niet overal bij na te denken. Ik kan zo op de automatische piloot werken en ik hoef niet te bedenken wat ik nou eens zal doen. Vroeg opstaan doe ik altijd al. Vervolgens ga ik mediteren en daarna beginnen. Voor lunch hebben we altijd vaste tijden en als we beide thuis zijn, lunchen we samen. Daarna heb ik een uur of anderhalf uur vrije tijd waarin ik ga winkelen of fietsen, tegen half 3, 3 uur kom ik weer thuis en neem ik nog een sprintje tot 5 uur, half 6. Avondeten is ook over het algemeen op een vast tijdstip. Michel heeft zijn eigen vaste ritme. Misschien hebben wel wel wat van elkaar afgekeken.
Heb je al veel vrienden verloren?
Ja, inmiddels wel helaas. Ik heb groot verdriet om het verlies van de mensen die mij dierbaar zijn. Mijn ouders bijvoorbeeld en een goede vriend uit de tijd dat ik nog op het kunstacademie zat. Maar er komt een moment van berusting en acceptatie. Ik blijf niet in het verdriet hangen en roep het bewust ook niet op. Dat is wat anders dan blijvend herinneren, want dat doe ik wel.
Denk je vaak terug aan vroeger? Of leef je echt in het nu?
Ik leef in het nu en ondertussen vind ik het leuk om herinneringen op te halen. Ik houd van oude spulletjes. Bijvoorbeeld dingen die ik van mijn moeder heb gekregen. Die kan ik echt koesteren. Het is geen toeval dat ik architectuurgeschiedenis heb gestudeerd. Voor mij is de geschiedenis even waardevol als verhalen over de toekomst. Je gebruikt toch je fantasie om de geschiedenis voor een deel in te vullen. Je doet er natuurlijk onderzoek naar maar er zit altijd een vorm van fantasie bij. Als schrijver maak je verhalen en bij mij gaan ze vaak over de geschiedenis. Het is niet zo dat ik in het verleden leef omdat ik het nu niet naar mijn zin heb.
Heb je angst voor wat de toekomst zal brengen?
Nee, eigenlijk niet. Ik weet niet wat mij te wachten staat. Af en toe ben ik wel bang voor ziektes. Als ik iets voel, ben ik geneigd om een beetje in paniek te raken. Meestal ga ik naar de huisarts en dan blijkt het niets te zijn. Indirect is het natuurlijk bang om dood te gaan. Ik merk dat ik meer lees over doodgaan. Vroeger sloot ik mij daarvoor af evenals voor gesprekken over doodgaan. Nu heb ik er meer een luisterend oor voor. Misschien komt het ook doordat er overal meer aandacht aan wordt besteed. Het spreken over de dood is toegankelijker geworden.
'Ik heb heel weinig nodig om gelukkig te zijn.'
november 2025
Over de foto Je ziet hier meerdere facetten van mijn werk: de resultaten van historisch onderzoek naar Van Koolwijk en zijn Caribische erfgoed collectie. Op grond van de plantenlijst die hij samenstelde reconstrueerde ik de kleurstoffen (zie de kleurstaal). Van de inheemse plantensoorten die hij inventariseerde maakte ik kunst in de vorm van blinddrukken van bladeren en peulen op zelf geschept papier gemaakt van eierdozenpulp. Het zwart is toegevoegd om de bladeren te accentueren. De opvallende roze kleur in het midden van de kleurstaal is van verfhout of Brazilhout. Ik mocht een tak van die boom afzagen in iemands tuin.