Pensioendromen: voor als ik later groot ben ...
De een bereidt zich goed voor op zijn of haar pensioen, de ander heeft geen vastomlijnde plannen. Lees hier het verhaal van Netty Gabel.
Wat je je voorstelt van de periode na je pensioen heeft veel te maken met je leven voor die tijd. Mijn werkende leven heeft een nogal grillig verloop gehad, en op mijn 67e was ik nog niet uitgekeken op mijn (tweede) vak. Drie jaar later ben ik nog steeds niet helemaal uitgewerkt.
De juf van de eerste klas lagere school begon er al over: ‘Wat wil je later worden?’ Met mijn 6 jaren had ik geen idee, maar in de zomerlucht kwam juist een groot passagiersvliegtuig over, vol met interessante mensen uit vreemde landen. Het leek me wel wat om die te leren kennen, dus zei ik: stewardess worden. ‘Dat kan’ zei de juf zuinig, ‘maar dan moet je wel heel erg je best doen en vreemde talen leren, misschien zelfs wel naar de HBS‘. Dat was genoeg voor mij om het hele plan te laten varen, het leek een te grote opgave. Dat ik later zonder bovenmatige inspanning een universitaire studie zou afronden wist ik toen nog niet.
Het stewardessenplan was het helderste voornemen dat ik ooit heb gehad, de rest is gewoon gebeurd. Ook nu ik de AOW-leeftijd al enkele jaren ben gepasseerd, heb ik geen vastomlijnde plannen.
Het schijnt tegenwoordig normaal te zijn om een carrièrepad voor jezelf te bedenken, voordat je ook maar de eerste beginselen van je vak onder de knie hebt. In het verlengde daarvan krijg je als bijna-gepensioneerde van alle kanten het advies om vast werk te maken van de invulling van je latere leven. Want stel je voor dat je in een gat valt... Mijn werkende leven is echter altijd een aaneenschakeling van toevalligheden en onvoorziene omstandigheden geweest, en dat geldt ook voor mijn pensioen. Typisch ‘life is what’s happening while making other plans’.
Deeltijd
Pensioen was meestal een ver-van-mijn-bed-show, ik ging ervan uit dat het vanzelf werd geregeld. Rond 1980 begon ik nog tijdens mijn studie op kleine schaal in de journalistiek, bij een lokaal nieuwsblad. In mijn onschuld vroeg ik aan de administratie waar mijn pensioenbijdrage te vinden was op de eerste salarisstrook. Het antwoord was een schok: volgens de CAO was het bedrijf niet verplicht een pensioenvoorziening te bieden voor gehuwde vrouwen en deeltijdwerkers, dus deden ze er niet aan. En dat terwijl er in 1976 al een uitspraak van het Europese Hof van Justitie lag, dat ook voor het deelnemen aan een pensioenregeling gelijke behandeling van mannen en vrouwen verplicht is. Maar het duurde kennelijk even voor dat idee op de werkvloer was doorgedrongen. Nog in 1994 deed het Europese Hof een uitspraak dat gehuwde vrouwen en deeltijdwerkers met terugwerkende kracht hun pensioen konden repareren. Dat is me destijds ontgaan en dus was ik verbijsterd toen ik later weer eens tijdelijk kwam invallen bij hetzelfde bedrijf. Toen zat ik opeens wel in het pensioenfonds, wat me nu nog elke maand €75,- oplevert.
Er volgde een aantal kleine baantjes als journalist, publiciteitsmedewerker en bedrijfsvoorlichter met de bijbehorende kleine pensioenopbouw. Door uiteenlopende medische toestanden ben ik steeds bezig geweest met terugkomen van weggeweest, deeltijdwerk en herstelperioden afwisselend.
Nieuw vak
Uiteindelijk ben ik voor mezelf begonnen als tekstschrijver, en net als alle kleine zzp’ers ben ik nooit aan pensioenopbouw toegekomen. Als alternatief spaarde ik vrij ongeordend voor als ik later groot (en hulpbehoevend) zou zijn ... Maar ook dit pad liep dood: na de bankencrisis van 2008 besloten de meeste klanten dat ze zelf ook wel een stukje konden schrijven voor hun nieuwsbrief of site. Wat nu? Schrijven was tot dan toe mijn beroep, kon ik nog meer? De studie Nederlands had me in het verre verleden ooit een eerstegraads lesbevoegdheid opgeleverd, waar ik nooit gebruik van had gemaakt. Al die pubers elke dag, niets voor mij. Maar uitleggen wat het belang van taal is, die neiging heeft me nooit verlaten, dus misschien was het onderwijs toch wel wat? Het volwassenenonderwijs bood een oplossing voor het puber-probleem. Bijscholen was nodig, want het beetje didactische kennis dat ik van mijn studie had overgehouden was hopeloos verouderd. Mijn eerdere vrijwilligerswerk bij VluchtelingenWerk had me al met anderstaligen in contact gebracht, en de studie Nederlands als Tweede Taal (NT2) sloot daar goed op aan.
Op mijn 55e weer afgestudeerd en na twee jaar met tijdelijke opdrachten weer in loondienst, nu als docent NT2, met pensioenregeling en al. Dat duurde tot een jaar voor mijn AOW-leeftijd. Toen werd ik overcompleet, omdat door een wetswijziging rond asiel mijn werkgever opeens buiten de boot viel voor het geven van Inburgeringsles.
Doorwerken
In mijn stoutste dromen had ik niet verwacht dat mijn pensioendatum vooral van belang zou zijn omdat het een eind maakte aan die vervelende WW, waar elke tijdelijke opdracht als NT2-er voor moest worden verantwoord. Ik voelde me na mijn AOW-leeftijd weer vrij om langere tijd als zzp’er aan de slag te gaan. Een kleine deeltijdbaan, waar ik mijn passie voor het NT2-onderwijs in kwijt kon en prettig samenwerkte met jongere collega’s. Lekker bezig dus, tot de Belastingdienst daar een eind aan maakte door alle opdrachtgevers kopschuw te maken voor het inhuren van schijnzelfstandigen. Alleen zo nu en dan een korte, tijdelijke opdracht voor taalles aan arbeidsmigranten is nog mogelijk, maar inmiddels is dat niet erg meer. De leeftijd begint ook te tellen, zodat een geleidelijke afbouw prima is.
Met mijn 70 jaar voel ik me met mini-pensioentje hier en oude-dags-spaarpotje daar dan ook niet zozeer een gepensioneerde, eerder een AOW-gerechtigde met een beetje extra. Maar het geld is niet de reden om nog kortdurende kleine klussen aan te nemen als NT2-docent, want het bloed kruipt waar het niet gaan kan. En ‘kortdurend klein’ laat genoeg tijd over om op mijn gemak uit te zoeken hoe ik structuur breng in de rest van de week.
augustus 2026